Up one level
2014-07-01 t/m 2014-09-20 Nederland

At first page Next page 1-32 (of 46 found)
 Op de A1, zomerwolken boven Nederland  Deze vogel zat zich hier heerlijk te poetsen en voelde zich totaal niet bespied.  De rups van de nachtvlinder Plakker (Lymantria dispar).
Ze komt voor in een groot deel van het land; in de noordoostelijke provincies wordt deze soort echter nauwelijks waargenomen. 
De jonge rups laat zich soms door middel van spindraden met de wind meevoeren en kan zich zo kilometers verspreiden. Ze verpopt zich in een spinsel tegen de schors, tussen de bladeren of in de strooisellaag. Uitgekomen rupsjes kunnen niet overwinteren.
 Zonsondergang weerspiegeld in de Regge.  En wat doe je op een zwoele zomeravond, juist ja, zitten en kijken en soms een foto nemen.  Ook weer gezeten en gekeken en dan is een enkele keer dit je deel. Maximaal 5 minuten was het zichtbaar., deze lucht met wolken rood gekleurd door de ondergaande zon.  Tijdens een wandeling deze blinde bij (Eristalis tenax),familie van de zweefvliegen, gespot bovenop een distel. Het wijfje zet haar eitjes in groepen af op de rand van gierputten. De larven hebben een 40 mm lange driedelige adembuis die ze als een antenne kunnen inkorten. De larven hangen met de buis aan het wateroppervlak of in ondiep water steken ze de buis boven het oppervlak uit.  Een eenzaam bloemetje langs het pad gevonden de Kartuizer Anjer (Dianthus Carthusiancrum). Het is een van de stamhouders van de moderne tuinanjer. In de mideleeuwen al bekend en in kloostertuinen gekweekt. Misschien wel bij de Kartuizer monikken waar de soort naar is genoemd.  Nijlgansen (Anseriformes Anatidae) aan de Regge.
Sinds het einde van de jaren 1960 is de nijlgans in Nederland langzamerhand een gewone verschijning geworden. Nijlganzen komen oorspronkelijk uit Egypte (langs de Nijl), en Afrika ten zuiden van de Sahara. Tot het jaar 1967 was dat het voornaamste leefgebied van de nijlgans. Uit vogelhouderijen buiten Egypte zijn er exemplaren ontsnapt  die de basis vormen voor populaties in Europa. Toch weten ze zich hier uitstekend te handhaven. Elk jaar produceert ieder paar gemiddeld 4,3 nieuwe nijlganzen.
 De fuut (Podiceps Cristatus) was tientallen jaren geleden zeldzaam in Europa omdat hij bejaagd werd om zijn zachte bontachtige veren. Voelt zich thuis op grotere meren maar ook op kanalen en traag stromende rivieren.  De kiviet (Vanellus Vanellus) vormt soms troepen van duizenden vogels. Meestal zijn het honderden vogels. Deze was heel rustig in z'n eentje en genoot van de rust in het water.  De meerkoet (Gruiformes Rallidae) ook wel waterkip genoemd vind je overal waar voldoende water is. Meerkoeten zoeken hun voedsel op en rond het water: insecten, slakken, visjes, waterplanten, zaden en gras. Ze eten vooral waterplanten, maar zeker wanneer er jongen zijn worden ook allerlei waterdieren gevoerd en gegeten, die beter voorzien in de energiebehoefte van dat moment. Van oorsprong zijn het echte moerasvogels, met poten die bijzonder geschikt zijn om te lopen op drijvende vegetatie (kraggen) en wortels van riet- en lismoerassen.  Gewoon een mooi paatje aan de Regge.  De Regge vanaf het water 's ochtends vroeg.  De klaproos (Papaver rhoeas) heeft een bezoeker, de dubbelbandzweefvlieg Episyrphus Balteatus).  Een voor mij onbekende schoonheid.  De korenbloem (Centaurea Cyanus) zien we gelukkig steeds meer. De fraaie vroeger vaak in  veldboeketten verwerkte plant dankt zijn naam aan  de centaur Chiron, de paardenmens uit de Griekse mythologie die met een plant uit het geslacht Centaurea zijn wonden zou hebben geheeld.  De klaver (Trifolum Repens). Hoe minder vaak gemaaid wordt hoe meer de klaver toeneemt. De bladeren blijven in de winter groen en daardoor is de klaver een waardevolle voederplant.  Tsja, en dan zag ik deze pluizenbol. Een voor mij onbekende uitgebloeide bloem. NMisschien als ik de bloem zie kom ik er nog achter. Deze stond eenzaam tussen de klaprozen.  De bramenbloem  van de braam. Het zijn verschillende soorten die in het wild groeien: dauw- of duinbraam (Rubus caesius) en de gewone braam (Rubus fruticosus). De laatste soort heeft grote, blauwzwarte vruchten die het plukken ervan de moeite waard maken. Bramen groeien in struwelen en randen van bossen, vooral daar waar een opeenhoping van minerale meststoffen is. Van welke soort deze bloem is? Geen idee.  Het vingerhoedskruid (Digitalis purpurea) is de meest bekende soort en komt voor in heel Europa, dus ook in ons land. Het is een tweejarige plant. In het eerste jaar vormt hij rozetten op de grond. In de zomer van het jaar erop ontwikkelt zich een stengel van ruim een meter hoog met trossen bloemen die slechts aan een kant te zien zijn. Daarna zaait gewoon vingerhoedskruid zich uit.  Ook deze volwassen dame kan haar nieuwgierigheid niet bedwingen toen ik langs liep.  En dan zien we graan. Dat zie je in Twente eigenlijk nooit het is altijd maar mais. Wat was dit mooi.  Een oude gerestsaureerde boerderij langs het wandelpad. Het info bord heb ik niet gefotografeerd dus meer info heb ik niet.  De babytjes van de waterkip.  Een spanner, de geblokte zomervlinder (Thalera fimbrialis). Hier zit ze op de leuning mijn balkonnetje van mijn zomerhuisje.  De geblokte zomervlinder is een nachtvlinder uit de familie van de spanners, de Geometridae. De lengte van de voorvleugels is tussen de 15 en 16 millimeter. Deze vlinder soort komt verspreid verspreid over Europa en Aziƫ tot het gebied rond de rivier de Amoer voor, in het oosten van Rusland.  Degroene specht (Picus viridis) op mijn terras. De vogel is 31 tot 34 cm groot en 160 tot 250 gram zwaar. Het voedsel bestaat  hoofdzakelijk uit wormen en insecten die hij op de grond vindt. Hij is dol op rode mieren maar eet ook andere insecten en bessen.  Op een mooie zomeravond vind je in Twente veel luchtballonnen.  Ik houd niet van insekten, maar op een foto wil ik ze nog wel eens goed bekijken. Voor deze foto heb ik diep door de knieen moeten buigen om hem goed voor de lens te krijgen.
Dit is de groene stinkwants (Palomena prasina).  Op het strand van kijkduin was men nog zand aan het verplaatsen terwijl de badgasten al toestroomden.  De meeuw, op het strand van kijkduin. Echte rovers zjn het, ze pikken je eten bijna uit je hand.
Page 1 of 2 Next page



Valid HTML 4.01 Strict! valid CSS! Get Firefox!